November 11, 2004

The New Yorker gets it right again

De verkiezingsuitslag laat me maar niet los. Vandaag viel de nieuwe
New Yorker in de bus. The New Yorker is een tweeewekelijks tijdschrift over politiek, kunst, literatuur etc dat als geen ander de vinger aan de pols van de moderne tijden weet te houden. De artikels, hoewel soms aan de lange kant, zijn een genot om lezen en hebben die zelfzekere intellectuele autoriteit die wellicht vanzelf komt als men de wereld bekijkt vanuit het culturele epicentrum. The New Yorker is ook befaamd omwille van zijn artwork, en vooral omwille van de hilarische cartoons.

In The New Yorker van deze week staat een interessant editoriaal, waarin de schrijver die gevestigd is aan de oostkust zijn beklag doet over de verkiezingen en een interesasant gegeven aanhaalt: dat al die kiezers in The American Heartland die voor Bush gestemd hebben omwille van zijn agressieve aanpak van de terroristendreiging nooit een doelwit van Al-Qaeda geweest zijn en dat ook niet zullen zijn. De aanslagen vonden plaats in New York (Kerry 3 keer meer stemmen dan Bush) en Washington DC (Kerry 9 keer meer stemmen dan Bush). Eventuele toekomstige aanslagen zullen allicht in steden aan de kusten plaatsvinden, niet in "The Heartland," voor Al-Qaeda, zijn wij, aan de kusten en in de steden, the American Heartland, schrijft hij, en hebben geen vertrouwen in hoe Bush de strijd tegen terrorisme aanpakt.

Hij geeft ook nog een mooie sneer richting evangelical right, de blanke conservatieve christenen die op 2 november massaal vanonder hun
kruisbeeld vandaan zijn gekropen om Bush nog 4 jaar op post te houden:

The early analyses credited Bush’s victory to religious conservatives, particularly those in the evangelical movement. In voting for Bush, as eighty per cent of them did, many of these formerly nonvoting white evangelicals are remaining true to their unworldliness. In voting for a party that wants to tax work rather than wealth, that scorns thrift, that sees the natural world not as a common inheritance but as an object of exploitation, and that equates economic inequality with economic vitality, they have voted against their own material (and, some might imagine, spiritual) well-being. The moral values that stirred them seem not to encompass botched wars or economic injustices or environmental depredations; rather, moral values are about sexual behavior and its various manifestations and outcomes, about family structures, and about a particularly demonstrative brand of religious piety. What was important to these voters, it appears, was not Bush’s public record but what they conceived to be his private soul. He is a good Christian, so his policy failures are forgivable. He is a saved sinner, so the dissipations of his early and middle years are not tokens of a weak character but testaments to the transformative power of his faith. He relies on God for guidance, so his intellectual laziness is not a danger.


Posted by vana0047 at November 11, 2004 11:21 AM