Noot: hieronder een verslagje van mijn trip naar Eugene, gebaseerd op flarden tekst ter plekke opgetekend.
De nieuwe kleren van de academicus
Maandagavond vertrokken, tussenstop in Denver waar ik mijn partner in crime, J Breslin vervoegde die vanuit New York kwam aangevlogen. Over Jack kan je een boek schrijven, en miscchien doet hij dat zelf wel ooit, want zijn levensloop is nogal uniek (wel, hij heeft er al eentje geschreven, maar dan over America's most wanted .) Tot op zijn tweeentwintigste studeerde hij voor katholiek priester in een seminarie, tot hij van zijn paard viel en de wijde wereld wilde gaan ontdekken, daarna werkte hij als verslaggever, freelancer en PR verantwoordelijke voor NBC en Fox, (waar hij onder andere de PR verzorgde voor David Letterman, COPS en America’s Most Wanted, daar vertelt hij nog altijd met veel trots en graagte over. ) Om redenen die Jack mij nooit onthuld heeft werd hij overal ontslagen (mijn vermoeden is dat het iets van doen had met klachten van vrouwelijke collega's) en toen zijn PR verhaal uitverteld raakte besloot hij zijn pijlen op een academische carriere te richten. Zo belandde hij aan de University of Minnesota waar we elkaar hebben ontmoet.
Jack is in veel opzichten een typische New Yorker: grote bek, zelfingenomen en grof, in andere opzichten een typische PR guy, weet aan alles een draai te geven die hem in een goed daglicht stelt, en in nog andere opzichten een viespeuk die het andere geslacht steevast met de ogen uitkleedt en niet eens de moeite doet om dat te verbergen. Weinig mensen hier konden hem uitstaan, maar desondanks vond ik Jack best wel ok, met mate wel te verstaan. Zijn oneliners zijn onweerstaanbaar grappig, zijn verhalen die hij opdist over zijn tijd in de “industry” vaak hoogst vermakelijk en deep down heeft hij een klein hartje en is hij best wel te pruimen. Bovendien heb ik een zwak voor dergelijke eendimensionele karakters, hoewel Jack echt wel een genot is dat best met mate geconsumeerd wordt.
Soit, vorige Augustus vond de grote conferentie van communicatiewetenschappers plaats in Toronto, Canada. Ik logeerde bij vrienden van vrienden en ging de avond voordien even checken waar het hotel waar de conferentie plaats had zich precies bevond. Amper was ik de lobby binnengelopen of ik hoorde een stem “There he is ladies and gentlemen, the European scholar…” Daar kwam Jack, die toen al zo’n twee jaar les gaf in een kleine katholieke univ net buiten New York, lichtjes aangeschoten aangewaggeld.
In de bar van het hotel hebben we toen op kosten van Jack’s werkgever een paar glazen Canadees gerstenat naar binnen gegoten en kwam Jack met het idee op de proppen om een papervoorstel in te dienen voor een media ethics colloquium dat plaats zou vinden in Eugene. Ik was vertrouwd met het colloquium want ik had er al een paar keer vruchteloos mijn kandidatuur voor gesteld. Ieder jaar wordt een ander "media ethisch" thema aangesneden en worden twaalf onderzoekers uitgenodigd om in paren papervoorstellen in te dienen en die dan gedurende een drie dagen durend colloquium te presenteren en bediscussieren. Aangename bijkomstigheid is dat alle papers voor publicatie in aanmerking komen en dat alle reis en verblijfskosten vergoed worden. Niet slecht. Dit jaar was het thema van het colloquium “care ethics and the media.” Care ethics is een door feminisme geinspireerde theorie die zich afzet tegen het traditionele verlichtingsdenken waarin abstracte principes, rationaliteit en autonoom denken de basis vormen voor ethisch oordelen en stelt daar een zorgethiek tegenover, gebaseerd op meer “vrouwelijke waarden.” Nu is het niet echt een theorie waar ik warm voor loop, en Jack en feminisme gaan al helemaal niet samen, maar we probeerden het toch maar. Jack heeft immers zijn eindverhandeling geschreven over hoe slachtoffers van geweld door de media behandeld worden en dat leek ons wel in verband te staan met het thema van het colloquium. We deden een voorstel dat werd aanvaard, schreven een paper en bevonden ons acht maanden later samen in Eugene. Nu moet ik wel zeggen dat Jack’s enthousiasme zeer snel bekoelde eens we die paper ook effectief moesten gaan schrijven; hij stuurde me een paar hoofdstukken van zijn eindverhandeling op en dat was het zowat. Jack is meer georienteerd op lesgeven dan onderzoek, en zijn bijdrage aan onze paper was er dan ook naar. Nu, ik was te blij naar Oregon te kunnen om me daar druk over te maken. Ons eindproduct was best wel ok, niet zonder fouten maar het colloquium was meer bedoeld als een forum voor discussie op basis waarvan je je paper dan bijschaaft, en de andere papers waren ook niet allemaal even indrukwekkend, dus toen ik Jack aan onze gate in Denver ontmoette waren we allebei vooral in de wolken dat we na een slopend semester op schoolreis mochten naar Eugene, Oregon (in het Noordwesten van de United States )
Eugene is een kleine stad van zo’n 120.000 inwoners, twee uur ten zuiden van Portland die wordt gedomineerd door The University of Oregon. The U of O voorziet zo’n 20.000 studenten van een opleiding. Eugene heet een nest van hippies, progressieven en greenies te zijn, en niet geheel onterecht, in Eugene zag ik veel minder grote winkelketens en restaurantketens dan ik verwachtte te zien in een Amerikaanse stad van die omvang. Er heerst een leuke en relaxede vibe in de stad, de mensen zijn er aangenaam en lijken een redelijke ruime blik op de wereld te hebben. Toen ik op straat iemand de weg vroeg bleek ze Frans en Nederlands te spreken, gewoon op haar eentje geleerd omdat ze er zin in had. Toen ik mijn verbazing hierover uitte zei ze “well, that’s Eugene for you.” Niet je typische redneck town in Bushmerica, zeg maar. Eugene heeft zich ook de naam "track town USA" toegmeten, er zijn inderdaad veel looppaden, en het is de geboorteplaats van Nike. Het heeft naar het schijnt ook een bijzonder lage crime rate in vergelijking met de rest van Amerika, iets wat me wel aan het denken zette nadat ik las dat in Minneapolis een buitenwippper in een café waar ik wel eens kom was doodgeschoten door iemand die hij een half uur tevoren had buitengezwierd.
De campus lijkt zo uit een film gegrepen. Veel groen en bomen, mooie gebouwen die traditie uitstralen, en studenten die er allemaal goed uitzien, vriendelijk zijn en hun vader en moeder eren. Enig minpunt is dat het echt wel wat klein is en dat er qua nachtleven en cultuur niet zo bijster veel te doen is in vergelijking met hier. Op dinsdagavond bijvoorbeeld ging ik naar een optreden van de Trash Can Sinatras, een Schotse groep met toch wel een stevige indie reputatie, maar er waren slechts een dertig tal aanwezigen, Eugene is blijkbaar te klein om een local indie music scene te kunnen dragen (of ze luisteren hier allemaal naar The Grateful Dead).
Het colloquium zelf was ok, maar best wel vermoeiend. Er waren twee sessies per dag, voor- en namiddag, waar gedurende zo’n drie uur telkens een paper werd gepresenteerd en bediscussieerd door de twaalf deelnemers, moderator en het vijf koppige organisatiecommittee. Het grote problem was dat er nogal wat filosofen onder het gezelschap waren en die zaten niet altijd op de zelfde golflengte met de communicatiewetenschappers. Begrippen als objectiviteit hebben gewoon een andere betekenis in een filosofische dan in een journalistieke context en die babylonische spraakverwarring gaf aanleiding tot nogal wat nuttloze discussie. In het kort kwam het er op neer dat de filosofen de communicatiewetenschappers verweten een te gevulgariseerde interpreatie te geven aan complexe filosofische concepten terwijl de communicatiewetenschappers vonden dat de filosofen met wereldvreemde en abstracte voorstellen op de proppen kwamen die van generlei waarde waren voor de praktijk. Onder andere Jack was een aanhanger van deze laatste visie, als man van de praktijk en opgebouwd uit anecdotes uit zijn beroepsverleden is hij bijna niet in staat tot abstract denken, en hij had dan ook niets dan misprijzen voor de die filosofische types met hun “verbal diarrhea,” ook en vooral omdat hij zelf zo onzeker is als het op theoretisch denken aankomt.
Wij waren aan de beurt in de namiddag van de eerste dag. Ik trok me aardig uit de slag mag ik in alle bescheidenheid zeggen, hoewel een paar scherpe geesten wel op overtuigende wijze een paar zwaktes in mijn argumentatie blootlegden, had ik toch wel de indruk dat de meeste toehoorders mijn benadering van het thema misschien niet altijd overtuigend toch op zijn minst interessant vonden. Een van de leden van het organisatie committee, Lou Hodges, een professor op rust, een nogal grof gebekte zuiderling en priester zei me later die avond na een paar glazen wijn in een Chinees restaurant “I liked your presentation, though I didn’t agree with a thing you said.” Ik denk dat het als compliment bedoeld was. Jack’s bijdrage was niet zo geslaagd. Hij had een paar hoofdstukken van zijn verhandeling opgestuurd en die had ik zo goed en zo kwaad als ik kon in onze paper verwerkt, maar het eindresultaat was toch verre van perfect en in zijn presentatie liet hij al helemaal na om de link te leggen met wat ik had geschreven. Daarop werden we in de discussie terecht aangepakt maar Jack voelde zich ietwat bedreigd en werd wat pissig. En hij had al niet veel vrienden gemaakt bij sommige van de feministen door ostentatief naar hun boezem te staren, dus die hielden zich niet in. Het was een levendige maar interessante discussie, maar Jack voelde zich toch wat onheus behandeld.
Dat was allemaal tijdens de eerste dag, toen we nog allemaal onbekenden waren en ik kon voelen dat er bij sommige van de aanwezigen nogal wat vijandigheid bestond tov Jack, wat ik eigenlijk wel vervelend vond want hij hing de hele tijd rond mij en telkens ik wat contacten begon te leggen kwam hij de conversatie vervoegen en begon die te domineren met zijn eindeloze anecdotes. Bij het afscheidsgala hoorde ik van een paar van mijn collega’s dat niemand echt begreep hoe die onuitstaanbare New Yorker en die kerel met dat rare accent (ik had vergeten te vertellen dat ik van Belgie was) die er vaak nogal arrogant bijzat (waar ze het halen weet ik niet, ik moet dringend aan mijn PR werken) in godsnaam met elkaar in contact gekomen waren.
Dag twee van het colloquium ging traag voorbij, ik was de avond ervoor naar een optreden geweest, was wat blijven plakken en had met een licht katertje af te rekenen. Die avond met Jack iets gaan eten op kosten van de organizatie, en daarna een wandelingetje gemaakt doorheen de prachtige campus. Jack wilde ook nog eens een kijkje gaan nemen in het rec center, het fitness complex, van de universiteit, “to check out the honnies on the threadmills.”
Daarna wilde Jack not wat bier gaan hijsen, en hoewel ik maar zo-zo was toch nog even van een paar local brews en een paar van Jack’s anecdotes genoten (over hoe hij als barman in L.A. werkte en hij Magic Johnson bestelde. Magic was aanvankelijk verbolgen dat hij effectief de $32 moest betalen, maar een fan bood uiteindelijk aan te betalen voor Magic en legde 40$ op de bar, toen Jack 8$ wisselgeld op de bar legde stak miljonair Magic 5$ daarvan in zijn eigen zak ipv die als fooi achter te laten).
De slotdag van het colloquium viel samen met de uitreiking van de Payne Awards for media ethics, een prijs die jaarlijks door onze gastuniversiteit wordt uitgereikt aan individuen of organizaties uit de mediawereld die zich onderscheiden hebben door doordachte en dappere beslissingen. Zo kreeg de krant The Denver Post een award omdat het aan de verleiding had weerstaan de jonge vrouw die Kobe Bryant van verkrachting beschuldigd had met naam en toenaam te vermelden en omdat het hierover een dialoog met zijn publiek aan was gegaan. (Voor wat het waard is: ik ben het daar eigenlijk niet mee eens. Het “slachtoffer” had de strafzaak doen stranden door te weigeren te getuigen, maar spande kort daarna wel een burgerprocedure (lagere bewijslast, meer geld) aan die uiteindlijk leidde tot een minnelijke schikking. Ze was duidelijk op zoek naar een pay day, dat is haar goed recht en zegt niets over schuld of onschuld, maar ik vind dat het op dat ogenblik niet meer de taak is van de media haar privacy te beschermen terwijl Kobe genadeloos te kijk wordt gezet). De hoodredacteur, een vijftiger van wie de woorden “burn out” op zijn voorhoofd gebrand stonden was de trotse ontvanger van dienst. De andere laureaat was Kevin Sikes, een freelance fotojournalist voor NBC die op camera had vastgelegd hoe een Amerikaans soldaat een gewonde Irakees afknalde, en die via zijn weblog met zijn publiek in dialoog trad over de ethische dimensies van zijn beslissing. Zo uitgeblust de vorige laureaat was, zo vol zelfvertrouwen en energie zat deze jonge veertiger met zorgvuldig gecultiveerd playboy imago (hij zag er veel jonger uit) te blinken in zijn getaande huid, zichtbaar genietend van de stille bewondering, vooral van het vrouwelijk gedeelte van het publiek.
Na de namiddagsessie werden we naar een een lezing geloodst, een voormalig hooofdredacteur gaf een zeer incoherente en duidelijk slecht voorbereide toespraak. Not worth my time. Ik ben halfweg naar buiten geslopen, onderweg naar het hotel nog even bij de tweedehands boekenwinkel binnengestapt en een paperback gekocht over de Bonanno crime family in New York, how I love the romance of crime. Daarna naar het hotel, nog even met Heather gemessaged en haar een hart onder de riem gestoken voor haar examen, mezelf in het pak gehesen, en terug richting campus voor het afscheidsdiner.
Ik zat aan tafel met de uitgever van het journal waarin onze papers zouden gepubliceerd worden, en die zei me me maar te concentreren op mijn gedeelte van het paper en Jack’s bijdrage ten zeerste te beperken. Ik denk dat daar niet zozeer waardering voor mijn werk uit sprak dan wel een veroordeling van Jacks bijdrage, wat ik toch wel weer wat sneu vind voor hem. Gelukkig gaf Jack me later op de avond een sneer omwille van het feit dat ik mijn naam voor die van hem op onze paper had gezet, wat mijn milde stemming t.o.v. hem terug in het vriesvak duwde. Ik zat ook naast een oude prof van mij die destijds op zeer slechte voet was opgestapt/gevraagd was te vertrekken bij onze universiteit maar die tegen mij altijd zeer correct was geweest. Hij maakte deel uit van mijn commissie van advisors, maar toen hij vertrok heb ik hem vervangen, omdat hij niet overweg kon met mijn andere commissieleden en ik geen een speelbal van hun conflict wilde worden, maar ik heb me daar altijd een beetje slecht bij gevoeld en dit was een goede gelegenheid om eventuele plooien glad te strijken.
Toen iedereen zowat vertrokken was bleven alleen vier van mijn colloquium collega’s, allemaal graduate students in filosofie of communicatie aan de universiteit van Oregon, over samen met Jack (hoewel niemand van de anderen hem echt kon uitstaan) en Kevin Sikes. De organizator van het colloquium maande ons aan om de overgebleven wijn soldaat te maken (an offer we couldn't refuse), en dat was best wel een indrukwekkende hoeveelheid, die we dan van de galazaal (die sloot) naar het filosofiedepartement hebben geescorteerd en daar hebben we tussen de boeken nog een stevig afscheidsfeestje gehouden, waar Jack eens te meer de show stal door te vertellen van die keer dat hij bij Oprah Winfrey was (niet als gast, als PR manager van een gast), die keer dat hij tegen de media moest ontkennen dat Michael J. Fox betrapt was op dronkenschap achter het stuur en over zijn boek dat hij aan het schrijven is over zijn reisavonturen op de greyhound bus (“riding the dog”). Ik heb geprobeerd wat plaatjes te schieten van de algemene verbazing (van welke planeet komt die kerel?) en afschuw die Jack meestel bij zijn toehoorders opwekt, vooral bij zijn vrouwelijk gehoor. Toen de wijn soldaat gemaakt was nog een campusbarretje gezocht waar Kevin Sikes, die overigens een uiterst geschikte, zij het wat gladde kerel bleek al vlug oploste in een wolk aanbidsters die hem herkenden van eerder die dag en waar mister burn out van de Denver Post rustig de ene Jack Daniels na de andere naar binnen zat te werken. Daar hebben we uiteindelijk Jack kunnen afschudden en na nog een laatste pits stop was het tijd voor een hartelijk afscheid. Men zegt dat “networking” het belangrijkste is op dergelijke conferenties, dat was dan bij deze gebeurd.
Op de laatste dag was Roxy, een van de filosofiestudenten zo aardig om Jack en mij nog een namiddag te tolereren en reed ze met ons door de prachtige bossen naar de kustvan Oregon, waar we krabben ,zeeleeuwen , wilde barenen een vuurtoren zagen.
Zaterdag was het dan terug richting Minneapolis, waar ik om tien uur ‘s avonds aankwam, de dag na Heathers verjaardag, zonder cadeau, maar dat werd me verbazend snel vergeven. Samen Heather en haar vriendin en mijn vriend Petter dan nog een pintje gaan drinken, en daarna moe maar voldaan naar bed, dromend van nieuwe avonturen.
Posted by vana0047 at May 17, 2005 01:19 AM