Soms zijn er van die dingen die je zo grappig vindt, dat elke keer je eraan denkt je moet glimlachen. Ik wel tenminste, en het maakt mijn dagen heel wat dragelijker. Een David Brent die getooid met feestneus de camera inkijkt en met een in lach verstokte piepstem uitschreeuwt: "who said famine has to be depressin'?" , priceless. Maar soms zijn het ook dwaze dingen. Er loopt hier momenteel een nieuwe Will Ferrell film in de zalen, Taladega Nights, The Ballad of Ricky Bobby, een comedy die zich afspeelt in the most American of all worlds, het Nascar wereldje. De film is allesbehalve gouden roos van Montreux materiaal en mikt vaak nogal laag, maar heeft wel zijn momenten. Bij mijn dagelijkse ochtendplas moet ik steevast aan die film denken, want een van de oneliners van Nascar star Ricky Bobby is : "Well, I'm the best there is. Plain and simple, when I wake up in the morning I piss excellence." (andere fijne quote: "Now, when you say 'psychosomatic', do you mean that he can start a fire with his thoughts?"). Daarna moet ik ook steevast een giechel onderdrukken bij het inwendig horen van de naam Ricky Bobby. Om de een of andere reden werkt die naam enorm op mijn lachspieren, maar allicht is het grappiger als je het Nascar wereldje wat kent, waar het inderdaad overloopt van de Rickies, Bobbies, Johnies and Stevies. En ik ben niet de enige, nogal wat vrienden van mij hebben exact dezelfde reactie op het horen van de naam Ricky Bobby. (zijn Franse rivaal in de film heet Jean Girard, by the way) Anyhow, dankzij ricky bobby heb ik dagelijks al twee binnenpretjes verwerkt nog voor ik mijn cornflakes eet. (ja ja pamper, suikerarm en vezelrijk...) Gisteren had ik weer prijs. Nu ik minder vaak Nederlands hoor of lees ben ik meer vatbaar voor kleurrijk taalgebruik. Voor het slapengaan had ik een oude Voetbal International opgevist die ik een paar weken terug op Schiphol had gekocht en waarin een interview stond met ene Jan Elbers, een 74-jarige jeugdtrainer bij RKGSV Gerwen die zijn leven lang met hart en ziel jonge spelertjes had gecoacht. De man lijkt zo uit een sketch van Koot en Bie weggelopen, en heeft zo zijn bedenkingen bij de jeugd van tegenwoordig: "Een klein kind hoort bij zijn moeder aan de tiet te hangen en niet te verpieteren in een creche. We leveren ook geen echte kerels meer af. Als je vroeger een probleem had met iemand, gaf je hem een bats voor zijn kop en het was klaar. Nu pakken ze het mobieltje en voor je het weet staan er twintig man om je heen." Sociologisch en pedagogisch gezien een uitspraak die misschien voor discussie vatbaar is, maar toen ik het las kwam ik bijna niet meer bij van de lach. Een onverwachtse dosis humor net voor het slapengaan, it makes you piss excellence in the morning.