June 19, 2007

cross-eyed

Tijdje geleden alweer. Een heel tijdje geleden. Ik heb me zitten afvragen waarom ik de laatste maanden niet meer geblogd heb. Ik heb tijd en er hebben zich de laatste tijd genoeg blogable events voorgedaan.: Een aantal grappige anekdotes waarin dronkenschap steevast een bijrol speelde, Heather die afstudeerde, ikzelf die met stille trom afscheid genomen heb van mijn deeltijdse jobs, het hervatten der marathontraining (gisteren echter door mijn knie gegaan tijdens het voetballen, ik vrees het ergste), en natuurlijk de op til staande verhuis naar Chicago en alle beslommeringen die daarbij komen kijken. En daarnaast is de bizarre Amerikaanse samenleving uiteraard een onuitputtelijke bron van materiaal voor de blogger op zoek naar inspiratie. Vanwaar dan die maandenlange leegte? Ik vind bloggen eigenlijk veel ontspannender als er voor de rest niet veel gebeurt in je leven. Mijn produktiefste blogperiode was niet toevallig toen ik vollop aan mijn eindverhandeling werkte en de wereld rondom mij stilstond. Of beter, ik stond stil, geisoleerd als ik was door dat megaproject dat me volkomen in beslag nam, terwijl de wereld aan mij voorbijtrok. Op de een of andere manier maakt dat het observeren ietwat makkelijker, je staat letterlijk aan de zijlijn, “kant”tekeningen te maken. Toen ik mijn verhandeling eindelijk af had werd ik gedwongen om zelf ook binnen de lijnen te komen en deel te nemen aan de dingen des levens. Werken, een job zoeken, gedwongen omgang met vreemden en andere onprettigheden die gepaard gaan met wat zelfverklaarde levensdeskundigen wel eens “het echte leven” plegen te noemen, je kent dat wel (of misschien niet, in dat geval ben je te benijden). Om de een of andere reden slorpen al die besognes veel van je aandacht op, terwijl ze op zich helemaal niet interessant zijn om over te bloggen. Anyhow, genoeg apologetisme, laat ons een blogje doen.

Vorige week was ik dus in Chicago, op zoek naar een huurwoning. De zoektocht naar een geschikte huurwoning in Chicago is een van die besognes die momenteel mijn aandacht opslorpt en daarom ga ik het er hier niet over hebben. Anyhow, tussen al het huizenbezoeken had ik plots een paar uur vrij. En wat doet een echte Vanacker als hij een paar uur vrij heeft in een vreemde stad? Inderdaad, hij stapt een afspanning binnen en bestelt er een natje en een droogje. Een van de dingen die me opvalt in Chicago is dat de mensen er veel directer zijn. Hier is men weliswaar zeer vriendelijk, maar gesprekken blijven vaak steken in oppervlakkige leegpraat. In Chicago gaat het er iets director aan toe, what you see is what you get zeg maar. Ik zit dus aan de toog, met een leffe van ‘t vat in de hand wat te keuvelen over Belgisch bier met de kerel naast mij die zowaar een Duvel aan het drinken was (hij had zelfs nog de brouwerij bezocht). Plots vraagt de kerel naast hem: “welk oog is het probleem bij jou?” “Waarover heeft hij het?” denk ik bij mezelf. Ik kijk hem aan, en merk op dat de man zo scheel kijkt als een otter. Zijn ene oog kijkt naar de vloer en het andere naar het plafond, bij wijze van spreken. En plots valt mijn frank, hij heeft in mij een collega scheelkijker herkend. Nu heeft heather wel eens plagerig opgemerkt dat ik, en sommige andere Vanackers, wat los kijken. En toegegeven, mijn ene oog gaat af en toe wel een beetje op de solotour, maar ik heb dat eigenlijk nooit echt als scheel kijken ervaren, hoogstens een subtiel onderstrepen van mijn onorthodoxe persoonlijkheid. Maar voor de man aan de andere kant waren we two of a kind. Eigenlijk wilde ik hem zeggen “Luister kerel, mijn ogen zijn misschien niet geheel parallel, maar die van jou lijken zich niet eens op hetzelfde continent te bevinden. Jij bent de Ronaldinho van het scheel kijken, ik de Jason Vandelanotte “ (die overigens ook scheel kijkt denk ik). Maar daarvoor heb ik natuurlijk het lef niet, en ik voelde ook wat medelijden met hem. Dus zei ik maar dat mijn linkse oog ook de schuldige was (gokje), natuurlijk lag dat oog bij hem aan de basis van alle ellende (terwijl het mijn indruk was dat beide oogballen redelijk los in zijn oogkassen hingen) wat ons verbond nog wat versterkte. “Ja, het is erfelijk,” vervolgde hij, “maar geen van mijn broers heeft het natuurlijk.” “Fuck ‘em” zei hij op een toon die enige verbittering verried. Ik voelde medelijden met hem, dus flapte ik er maar uit dat mijn broers ook gespaard waren gebleven van de vloek van het scheel kijken. “Well, fuck em too” zei hij, en hief zijn glas. Nu zat ik daar het glas te heffen op een “fuck you” aan het adres van mijn broers omdat ze niet scheel kijken (wat niet eens waar is, pamper kijkt ook wat los), enkel om flipperoog beter te doen voelen, eigenlijk een beetje ongepast. Hopelijk wordt het me vergeven.

Posted by vana0047 at June 19, 2007 11:49 PM
Comments

fan-fucking-tastic story!!


Posted by: bram vanacker at June 21, 2007 01:09 PM

Bas,

Volgens mij moet je al enige Leffes in uwe frak gegoten hebben, want normaal kijk je inderdaad niet scheel. Pamper daarintegen kan rond een paal kijken. Misschien kan je een fotootje van pamper posten op je blog voor de lezers ....
Bas, hebben ze nog geen opmerkingen gemaakt over uw groothoofdigheid?

Posted by: stijn at June 25, 2007 06:35 AM
Post a comment









Remember personal info?






The views and opinions expressed in this page are strictly those of the page author. The contents of this page have not been reviewed or approved by the University of Minnesota.