Een druk weekje voor de boeg, broer pamper komt af woensdag, zondag lopen we de marathon en ondertussen moet ik ook nog proberen mijn lessen voor te bereiden. Er zullen allicht wat videootjes aan te pas moeten komen in de komende week. Wat de marathon betreft, alea iacta est, hard trainen heeft geen zin meer en ik moet nu enkel maar proberen gezond en fit de start te halen, de zogenaamde taper. Ik ben al een tijdje mijn trainginsvolume aan het verminderen, maar ik voel me eigenlijk niet veel frisser, integendeel zelfs, een paar van mijn kortere runs verliepen redelijk moeizaam. "Sluggish" zoals ze dat mooi in het Engels zeggen, slakkerig als het ware. Hopelijk is dat tegen volgende week over. Vandaag, ging mijn laatste langere run van zo'n 13 km gelukkig wel weer vlotter. We zien wel wat het volgende week wordt. De finish van alle deelnemers zal overigens live via Internet gestreamd worden, en als ik me niet vergis zal je ook tijdens de race de tussentijden van je loper van keuze kunnen volgen. Ik plaats de links hier later deze week.
Soms zijn er van die dingen die je zo grappig vindt, dat elke keer je eraan denkt je moet glimlachen. Ik wel tenminste, en het maakt mijn dagen heel wat dragelijker. Een David Brent die getooid met feestneus de camera inkijkt en met een in lach verstokte piepstem uitschreeuwt: "who said famine has to be depressin'?" , priceless. Maar soms zijn het ook dwaze dingen. Er loopt hier momenteel een nieuwe Will Ferrell film in de zalen, Taladega Nights, The Ballad of Ricky Bobby, een comedy die zich afspeelt in the most American of all worlds, het Nascar wereldje. De film is allesbehalve gouden roos van Montreux materiaal en mikt vaak nogal laag, maar heeft wel zijn momenten. Bij mijn dagelijkse ochtendplas moet ik steevast aan die film denken, want een van de oneliners van Nascar star Ricky Bobby is : "Well, I'm the best there is. Plain and simple, when I wake up in the morning I piss excellence." (andere fijne quote: "Now, when you say 'psychosomatic', do you mean that he can start a fire with his thoughts?"). Daarna moet ik ook steevast een giechel onderdrukken bij het inwendig horen van de naam Ricky Bobby. Om de een of andere reden werkt die naam enorm op mijn lachspieren, maar allicht is het grappiger als je het Nascar wereldje wat kent, waar het inderdaad overloopt van de Rickies, Bobbies, Johnies and Stevies. En ik ben niet de enige, nogal wat vrienden van mij hebben exact dezelfde reactie op het horen van de naam Ricky Bobby. (zijn Franse rivaal in de film heet Jean Girard, by the way) Anyhow, dankzij ricky bobby heb ik dagelijks al twee binnenpretjes verwerkt nog voor ik mijn cornflakes eet. (ja ja pamper, suikerarm en vezelrijk...) Gisteren had ik weer prijs. Nu ik minder vaak Nederlands hoor of lees ben ik meer vatbaar voor kleurrijk taalgebruik. Voor het slapengaan had ik een oude Voetbal International opgevist die ik een paar weken terug op Schiphol had gekocht en waarin een interview stond met ene Jan Elbers, een 74-jarige jeugdtrainer bij RKGSV Gerwen die zijn leven lang met hart en ziel jonge spelertjes had gecoacht. De man lijkt zo uit een sketch van Koot en Bie weggelopen, en heeft zo zijn bedenkingen bij de jeugd van tegenwoordig: "Een klein kind hoort bij zijn moeder aan de tiet te hangen en niet te verpieteren in een creche. We leveren ook geen echte kerels meer af. Als je vroeger een probleem had met iemand, gaf je hem een bats voor zijn kop en het was klaar. Nu pakken ze het mobieltje en voor je het weet staan er twintig man om je heen." Sociologisch en pedagogisch gezien een uitspraak die misschien voor discussie vatbaar is, maar toen ik het las kwam ik bijna niet meer bij van de lach. Een onverwachtse dosis humor net voor het slapengaan, it makes you piss excellence in the morning.
Zoals ik hier al eerder aanhaalde, moet ik iedere week drie uur les gaan geven aan Saint John's university, dat hier zo'n 80 mijl vandaan ligt, een zeventig minuten rijden, zo ongeveer. Ik geef les van zes tot negen uur 's avonds, de rit naar huis vormt altijd een welkome gelegenheid om wat te relaxen bij een aangenaam muziekje. Ik plug mijn iPod in en ga dan op zoek naar wat deuntjes die bij mijn stemming passen, waardoor ik wel eens wat mijn gevoel voor tijd en richting kwijtraak, een beetje het lost highway gevoel. Dinsdag reed ik dus na de les terug richting Minneapolis, in een opperbeste stemmming want ik had een gratis ticket op zak voor een optreden van built to spill, een groep uit het Noordwesten van de V.S. die ik al jaren redelijk goed vind, maar nooit aan het werk zag. Ongeveer halfweg tussen Saint John en Minneapolis krijg ik plots zin een zakje zoutjes, en stop aan een benzinestation om me een zakje funyuns en een fles gatorade aan te schaffen. Ik rij de snelweg weer op, plug de ipod in, en speel een paar keer Cowgirl in the Sand en een paar andere
epische songs op volle sterkte. Ik geniet van de rit verlies de tijd wat uit het oog, tot ik plots opmerk dat het al bijna elf uur is en ik nog niet eens de voorsteden van Minneapolis heb bereikt, wat toch wel vreemd is. Ik moet wel erg traag gereden hebben, denk ik nog, tot ik plots een bord zie met de vermelding: Fargo: 146 miles (of zoiets). Stront aan de knikker, want Fargo ligt ten noordwaarts, terwijl minneapolis de andere kant op ligt. (Fargo is bekend van de gelijknamige Coen brothers film die zich in Minnesota afspeelt, hoewel Fargo in feite al Noord Dakota is). Ik denk terug aan mijn pits stop van al bijna een uur geleden, en ik herinner me hoe ik over een brug over de snelweg gereden heb om het tanksation te bereiken maar dat ik bij het terugkeren onmiddellijk de snelweg opgedraaid ben. Shit, ik heb een uur de verkeerde kant opgereden. Ik neem de volgende afrit en maak rechtsomkeer en ja hoor: Minneapolis: 111 miles. Niet alleen ben ik de verkeerde kant opgereden, maar ik zit zo'n 50 km verder van mijn bestemming verwijderd dan bij mijn vertrek. Alsof je van Antwerpen naar Kortijk zou rijden, in Gent stopt en vervolgens de verkeerde kant de autostrade oprijdt en het pas in Breda bemerkt. Lang verhaal kort, ik was die avond pas om 1 ur 's nachts thuis, dat concert heb ik dus gemist.....
Ik heb vandaag een van mijn laatste long runs volgemaakt ter voorbereiding op de marathon. Tegen het advies van guru pamper in toch meegedaan aan een 25 km (15.5 mijl) wedstrijd. De wedstrijd ging door rond de meren waar ik sowieso altijd train, dus kon ik net zo goed mijn long run tijdens de wedstrijd doen, dan deed ik meteen wat race-ervaring op. Deze morgen om kwart na zeven rustig de vier mijl naar de start gejogd waar ik twee proffen van de university of minnesota tegen het lijf liep. Praatje gemaakt en dan van start. Mijn plan was om gewooon op zeer rustig tempo de 25 k m af te leggen, maar het weer zat mee (lichte regen), de benen voelden ok dus heb ik een iets strakker tempo proberen aan te houden, kwestie van een beetje te weten wat mijn ideal pace is. Ik heb gedurende de hele wedstrijd zonder al te grote problemen splits tussen de 8 min 10 en 8 min 25 per mijl kunnen aanhouden en kwam uiteindelijk na 2 uur en 9 minuten binnen. De enkel hield het prima, en achteraf had ik alleen wat last van kniepijn, maar dat gaat wel over met een paar daagjes rustig aan doen. De race was alvast een flinke moraal booster, misshien haal ik over drie weken mijn verhoopte tijd van vier uur wel.
De zomer zit er officieel op. Vandaag mijn eerste twee lessen gegeven in Saint Thomas en gisteren voor de tweede keer de wekelijkse trek van 80 mijl naar Saint John's gemaakt. Saint John's is best wel cute, het is een katholieke universiteit voor jongens, met zijn tegenganger voor de meisjes, Saint Benedict, even verderop. Een beetje zoals 't fort en sint jozef vroeger, met die verstande dat ze wel lessen op elkaars campus kunnen volgen. Hoewel ik les geef in het jongenscollge bestaat mijn "publiek" voornamelijk uit studentes. Het is er superkatholiek, gigantische kerk, er lopen volop paters rond en als wachtmuziek aan de telefoon heeft men er voor kerkgezangen gekozen. Het deed wat vreemd aan om opnieuw een kruisbeeld in een klaslokaal te zien.
Na de grootschaligheid van de university of minnesota met zijn meer dan 40.000 studenten is het best wel een verademing om in een "college" van zo'n 2000 studenten terecht te komen, 4000 als je de twee samentelt. De proffen zijn er wel van een ander kaliber, en houden zich voornamelijk bezig met lesgeven in plaats van onderzoek, maar er heerst best wel een gezellige, zij het ietwat amateuristische sfeer. Wat vooral opvalt is dat iedereen er ontzettend aardig is. Iedereen is supervriendelijk. Doet me een beetje denken aan dat liedje van Nick Cave, God is in the house. Ze zitten er ook redelijk geisoleerd, in the middle of nowhere, dus kunnen ze maar beter proberen overeen te komen. In Saint Thomas vandaag heerste die sfeer alvast niet, en had ik meer de indruk met verwende nestjes te doen te hebben, maar dat kloppen we er wel uit.....
Ons nieuw appartement bevindt zich aan de zijkant van het gebouw, (op het eerste en tweede verdiep) waardoor we aan drie kanten vensters hebben. Vooralsnog hangen er alleen Ikea gordijnen in de slaapkamer, en dat ook nog niet zo lang. Ik vind het altijd fijn om door het raam vanop veilige afstand het echte leven op straat gade te slaan. Zaterdag gebeurde er nog een stevig ongeval net onder ons slaapkamerraam. Helaas zat ik op cafe bier te drinken (nooit gedacht dat ik voorgaande woorden ooit in die volgorde zou neertikken) en heb ik het moeten stellen met een ooggetuigeverslag van Heather. Maar doordat we geen gordijnen hebben aan het merendeel van de ramen leven we ook een beetje in een kijkdoos. Onlangs nog werd Heather er nog door een van onze buren op attent gemaakt dat ze mij van op de straat in ondergoed had kunnen zien rondlopen. In remspoorvrij ondergoed nota bene, maar in puriteins Amerika is dat ongeveer hetzelfde als bij ons je reet door het raam steken. In plaats van een welgemeend "hou toch je kop en moei je met je eigen zaken, takketeef," wat mijns inziens op zijn plaats was geweest zei Heather iets in de trant van "och, hij is Europeaan, die trekt zich daar niets van aan." Misschien wel waar, maar doet me toch ietsje te veel denken aan wat Basil altijd zei over Manuel als hij weer eens een faux pas had begaan: "he's from Barcelone."
Ik ben opnieuw "Stateside" dus schakelen we maar weer over op het Nederlands. Het was goed thuiskomen,
want in mijn afwezigheid heeft Heather (eindelijk) flink wat werk verzet in ons appartement met loftambities.
Toen ik vertrok was het nog chaos troef, nu begint alles er een beetje uit te zien en hebben we de overstap gemaakt van geordende chaos naar chaotische orde. Meer moet dat niet zijn.
Bij mijn thuiskomst viel er wel meteen een schokker te noteren. T.K. een collega graduate student van mijn aan de universiteit heeft zelfmoord gepleegd. Hij was vorig jaar nog een assitent van mij toen ik een cursus doceerde. Op 10 April van 2005 had ik het in mijn baslog over hem:
'Eerder dit semester had ik ook al een assistent met een alcoholprobleem die voor de nodige kopbrekens gezorgd heeft, maar die is uiteindelijk wandelen gestuurd, hoewel hij volgens mij wel gewoon doorbetaald wordt. Hij daagde bijna nooit op, en als hij opdaagde zag hij er niet uit, opgeblazen rode kop, verward voorkomen, he was rubbish."
In het licht van het gebeurde een oordeel dat ik nu natuurlijk wel wat betreur. Hij was lang geen slechte kerel, een beetje nerdy, dat wel, maar best wel slim. Hij kwam een paar jaar na mij het graduate program vervoegen. Hij werkte voordien voor 3M, van het plaklint en post-it notes, dat hier gevestigd is. was gelukkig getrouwd met een Japanse en had twee kinderen. Dan was er drinken, vreemdgaan, meer drinken, dronken in de les, scheiding, verloren hoederrecht,... ik weet zelf niet meer in welke volgorde dit allemaal kwam of wat de oorzaak was van wat.
Erg vreemd wel. In het Engels zeggen ze dat mooi: somebody is falling apart. En dat was zo bij hem. Elke keer je hem zag was hij er precies net iets erger aan toe, elk verhaal dat over hem de ronde deed was net iets straffer dan het vorige. Maar omdat het verval zo gradueel is, is het moeilijker om waar te nemen tot je plots vaststelt dat de aardige ietwat schuchtere kerel met bokaalbril van een paar jaar terug niet eens meer in staat blijkt om een paar keer per week als assistent achterin in de klas te komen zitten.
Ik kon het er anders wel goed mee, en hij had me bij een paar gelegenheden (waarbij ik vermoedde dat hij licht beneveld was op een uur van de dag dat dat eigenlijk niet zou mogen) zijn hele huwelijkscrisis uit de doeken gedaan, maar toen hij assistent werd bij mij werd het wat problematischer. Doordat hij zijn taken niet nakwam en altijd met doorzichtige smoezen op de proppen kwam, moest ik mij nogal hard opstellen en op het einde communiceerden we enkel nog via korte, zakelijke emails. Uiteindelijk zag de school in dat die situatie niet langer houdbaar was en werd hij wat rust gegund. Daarna hebben we eigenlijk nooit meer met elkaar gesproken. Twee keer ben ik hem nog tegengekomen. De eerste keer negeerden we elkaar, de tweede keer kreeg ik een kort "hey Bas."
Ik dacht altijd dat hij kwaad was op mij, maar nu ik eraan terugdenk, denk ik dat hij veeleer schaamte voelde. Ik had hem eigenlijk daarvoor best wel hoog zitten, en hij realiseerde zich natuurlijk wel wat een puinhoop hij er van gemaakt had en hoe hij me voorgelogen had met allerlei excuses. Tsja, achteraf gezien had ik hem beter eens een klopje op de rug gegeven zo van, "trek je het niet aan, het was maar een stomme klas, zand erover" in plaats van een venijnige blog entry over hem te schrijven, maar tja, dat zal nu niet meer gaan.
Toen hij weer eens niet kwam opdagen in de les kreeg ik op een dag een email van zijn ouders, die me uitlegden dat het niet goed met him ging en dat hij ingestort was en naar het ziekenhuis was gebracht en of ze iets konden doen. Ik vond het destijds nog zo aandoenlijk dat zijn ouders zich de moeite getroostten om die emails te versturen zodat hun zoon niet in nog meer moeiljkheden terecht kwam. Ik schreef uiteraard dat ik het wel zou redden, maar ze leken me alleraardigste mensen, erg bezorgd om het lot van hun zoon. En nu moeten ze afscheid nemen van hem, zonder ceremonie of zelfs maar doodsbericht, want dat wilde hij niet; en dat vind ik een erg droeve gedachte.