Sinds ik hier ben heb ik altijd al lopen dromen van een good old American road trip. Zonder zorgen de auto inspringen, langs verlaten wegen westwaarts trekken, in road side motels overnachten en in greasy diners eten, tussen de truckers, national parks bezoeken etc. Deze vakantie had ik in principe wel tijd maar op de een of andere manier raakte ik maar niet weg. Als je vanuit Minnesota Westwaarts begint te rijden kom je wel een paar interessante bezienswaardigheden tegen, Mount Rushmore, Yellowstone, Western Montana,... maar de tocht door de Dakota's en Western Wyoming of Montana is naar veruidt wel erg saai. Nu is die eentonigheid van het landschap natuurlijk wel deel van het avontuur, maar ik heb niet echt meer de tijd en zin om een wekenlange roadtrip te ondernemen, dat blijft een doel voor later. Misschien volgend jaar samen met Heather. In plaats van een roadtrip stap ik volgende week allicht het vliegtuig in richting Seattle, ga daar een auto huren en wat rondtrekken in the Pacific Northwest , inOregon en Washington met name. Veel plannen heb ik niet, maar als het weer het toelaat zal ik allicht proberen mijn tentje op te slaan in een van de vele state en national parks en af en toe eens in een motel of hotel. Althans, dat is het plan....
Ik was gistereren voor het eerst sinds lang weer eens terug op de campus van The University of Minnesota, waar ik wat boeken ging ophalen in de bib ter voorbereiding van mijn lessen voor volgend jaar. De vriendelijke mensen van The University of Minnesota (U of M) hebben me een tijdelijke bibliotheekpas gegeven. Hoewel ik geen student meer ben krijg ik toch voor een maand toegang tot de bibliotheek als bezoekend scholar, terwijll ik nog niet eens ergens in dienst ben. Het verbaast me telkens weer hoe bekwaam en inschikkelijk het bibliotheekpersoneel aan de U of M wel is, vooral dan in vergelijking met wat ik gewoon was in Gent. De bibliothecaris in het filo departement had zo een beetje zijn eigen systeem ontwikkeld, en het was onmogelijk om zonder zijn hulp een boek te vinden. Bovendien was hij altijd zeer kwaad als je om een boek vroeg, alsof je hem net gevraagd had of hij een nier wilde afstaan. "Ja, jong, vraagt astemblieft geen boek over analystische filosofie, ik ben die aan het herschikken dit semester. Wat? Hannah Arendt? Die zitten nog in de dozen van de verhuis, die kun je nog niet uitlenen..." Het was altijd wat, maar als je maar lang genoeg aandrong kreeg je uiteindelijk wel wat je wilde. En dan dat systeem in de boekentoren, waar je een briefje met je referentie diende af te geven en -als je geluk had- 45 minuten later je boek aan een venstertje mocht gaan afhalen. Ook daar gaf het personeel de indruk dat je hen van belangrijker zaken afhield (hun kruiswoordpuzzel). En wee je gebeente als je je briefje 44 minuten voor sluitingstijd afgaf, dan kon je je boeken de volgende dag pas gaan ophalen. Hier is het veel simpeler, je kan er gewoon je boeken zelf gaan halen tussen de rekken, hoewel de Universiteit toch ook zo'n zes miljoen volumes telt (verspreid over verschillende biblioteken weliswaar). En als je hulp nodig hebt dan lijkt het personeel effectief blij dat ze iemand kunnen bijstaan, of geven toch die indruk. Qua dienstvelening kunnen we in Europa nog heel veel bijleren van de Amerikanan... Anyhow, gisteren was ik dus aan het rondwaren in de bib, en werd een beetje door nostalgie bevangen bij de gedachte dat dit allicht een van mijn laatste bezoeken aan Wilson library was. Niet dat ik nu zo stapelzot ben van een bibliotheek, maar ik heb er in die bijna tien jaar nu, wel vele uren gesleten, aan vele papers gewerkt, veel mensen tegengekomen, naar workshops geweest etc., en dat speelde allemaal door mijn gedachten toen ik toevallig op de sectie met thesissen en verhandelingen botste. Ik zoch mijn Masters thesis op en vond hem mooi ingebonden op het schap. Op de een of andere manier gaf het me toch een beetje een gevoel van trots mijn werk daar tussen dat van al mijn collega's te zien staan. Allemaal alumni van de U of M, en als een van mijn over over over kleinkinderen ooit Wilson library binnenstapt zal hij daar een sterk gedateerde masters thesis van zijn voorvader vinden. (als er dan nog bibliotheken zijn natuurlijk.) Mijn Masters was eigenlijk maar prutswerk, maar dat zie je niet van aan de buitenkant natuurlijk. Daarna ging ik enkele rekken verder op zoek naar mijn doctoraatsverhandeling. Ook een werk dat ik voor mijn part nooit meer hoef te zien, maar mijn ego gebood me op toch even te kijken waar ze stond, het leek op de een of andere manier een goede manier om afscheid te nemen van de
Universiteit. Tijdens mijn graduation ceremony was ik nog volop bezig de laatste hand te leggen aan mijn verhandeling, dus dat was voor mij niet echt een moment van "closure." En mijn verdediging was
ook zo stressy, dat een dof gevoel van opluchting het enige was dat ik voelde nadien, een handvol gin tonics ten spijt. Het zicht van mijn ingebonden verhandeling tussen de rest van de verhandelingen van de doctorandi van 2006 was voor mij dan ook een mooi visueel symbool van mijn tijd aan the U of M. Tijdens de donkere dagen dat het niet wilde vlotten, had ik wel eens met afgunst en jaloezie naar die rekken met verhandelingen gekeken, en nu kon ik dat met een gevoel van voldoening en een klein beetje trots doen. Ik zocht mijn referentienummer op op een van de vele computers, liep naar het aangewezen rek met een hartslag die raar genoeg iets de hoogte inging, en .... niets. Mijn verhandeling stond er niet. Nu ben ik niet echt een krak als het op administratieve rompslomp aankomt dus dacht ik meteen dat ik een paar formulieren niet had ingevuld waardoor mijn verhandeling ergens in de kelder beland was, maar nee, dat kon niet, want ik had ze gevonden in de database. Dus restte er maar een andere mogelijkheid: mijn verhandeling was uitgeleend. Even double checken, en ja hoor iemand heeft ze inderdaad uitgeleend.
Wat een verrassing. Nooit gedacht dat iemand dit ooit effectief zou lezen. Een verhandeling is eigenlijk vooral een grote hindernis richting academia, iets wat aantoont dat je sociaal onaangepast genoeg bent om de club te vervoegen, maar eens achter de rug is het enige wat je verwacht van een verhandeling dat ze veel stof vergaart. Lichtjes ontgoocheld dat ik mijn baby niet in de rekken vond, maar vooral verbaasd dat ze ergens op een bureau van een andere gestresseerde student ligt, liep ik terug naar mijn auto. (die een beetje aan het sputteren is- ik heb er verkeerde benzine in gedaan, Ethanol 85, wat een hoger octaangehalte heeft dan geschikt voor de motor van de mazda-3, maar de vader van de vriend van de zuster van Heater zegt dat het niet veel kwaad kan....)
Nog een fotootje van het hoogtepunt van onze trip naar Mexico van een paar maand terug, hoewel, de walvissen ook best indrukwekkend waren.
Het ouderschap brengt toch veel lasten met zich mee. Ik heb sinds twee maand een dochter en ze heeft me nog steeds niet geschreven. Ze is zes jaar, woont in Tanzania, en Kiristina is haar naam. Nee, dit is geen tikfout, er staat een "I" tussen de "K" en de "R," wat ik eigenlijk wel iets hebben vind, het geeft haar naam iets sacraals. Ze is een gewetenssussertje dat ik sponser via plan international. Het begint er echter een beetje op te lijken dat Kiristina de familiebanden niet te strak wil aanhalen. Ik heb haar een hele tijd terug een briefje geschreven ter introductie, en als ijsbrekertje gevraagd of er veel olifanten of leeuwen in haar achtertuin wonen. Kwestie van wat common ground te vinden, wat niet meevalt met een zesjarige uit Afrika. Ik wacht nog steeds op een antwoord . Nu ja, misschien heeft ze het druk met studeren, want ze wil vast haar gulle weldoener met trots vervullen. Of ze is opgegeten door een leeuw. Vroeger hadden we thuis ook een fosterkindje, het kind bleef ons maar bestoken met zijn van enig talent gespeende tekeningen. Ik geloof dat Azis zelfs slechter begon te tekenen naarmate hij ouder werd. Dat is ook niet je dat natuurlijk, dat je je fosterkind ziet achteruit gaan. Nu heb ik sowieso niet begrepen op kindertekeningen. Veel kinderen steken echt niet veel werk in tekening omdat ze weten dat onze verwachtingen zo laag liggen. Het hoeft voor mij allemaal niet. Ik denk dat ik Kiristina in mijn volgende brief zal schrijven dat ze me maar geen tekeningen moet opsturen. Ik sluit me qua appreciatie van kindertekeningen aan bij deze criticus.
Ik was al een tijdje van plan me een kindje aan te schaffen, maar tot voor kort werd je een kind toegewezen op de site, en hoezeer je ook probeerde je browser te heropenen, je kreeg steeds weer hetzelfde kind aangeboden. Om de een of andere reden werden mij steeds lelijke chineesjes voorgeschoteld, terwijl ik toch echt een Afrikaantje wilde. Toen Kuifje naar Afrika ging werd hij zo ontvangen, ik zou dat ook wel zien zitten, terwijl Kuifje in China vooral op de vlucht was voor moorddadige Japanners. Maar sinds kort -of misschien had ik het voordien over het hoofd gezien- heeft de site een soort zoekfunctie waarmee je zelf een leeftijd en regio voor je koter kunt kiezen. Wel handig natuurlijk. Zo wilde ik geen boorling of peuter, die zijn nog te jong om hun dankbaarheid jegens hun weldoener uit te drukken, en ook geen puber, die zijn te lastig. Dus het werd een zesjarig meisje uit Tanzania. Het is natuurlijk wel een hele verantwoordelijkheid, het ouderschap. Zo lig ik 's nachts vaak te te tobben: "Heeft kristina wel mooie kleertjes om aan te doen als ze naar school gaat zodat ze me niet te schande maakt? Is ze nog niet opgegeten door een wild dier? (krijg ik dan mijn investering terug?) Heeft ze geen nieuwe fluostiften nodig? Stuur ik ze naar het technisch of het humaniora?" Vragen en zorgen, het is me wat, het ouderschap.
Nu ja, alle gekheid op een stokje, het is natuurlijk twee keer niets, 24$ per maand. Ik heb eens vlug naar onze uitgaven voor deze maand gekeken, dit is wat we de laatste weken uitgegeven hebben hebben in de Bad Waitress, de coffeeshop/ontbijt/lunh/dinner place op het gelijksvloers van ons appartementsgebouw
06/22/07 ------- CHECK CRD PURCHASE 06/21 THE BAD WAITRESS COFFE MINNEAPOLIS MN $9.98
06/22/07 ------- CHECK CRD PURCHASE 06/21 THE BAD WAITRESS COFFE MINNEAPOLIS MN $8.70
06/22/07 ------- CHECK CRD PURCHASE 06/21 THE BAD WAITRESS COFFE MINNEAPOLIS MN 4 $10.09
06/21/07 ------- CHECK CRD PURCHASE 06/20 HEAVENLY DAZE COFFEE S MINNEAPOLIS MN $4.56
06/20/07 ------- CHECK CRD PURCHASE 06/19 THE BAD WAITRESS COFFE MINNEAPOLIS MN $9.45
06/20/07 ------- CHECK CRD PURCHASE 06/19 THE BAD WAITRESS COFFE MINNEAPOLIS MN $9.77
06/19/07 ------- CHECK CRD PURCHASE 06/18 THE BAD WAITRESS COFFE MINNEAPOLIS MN 8 $8.38
06/19/07 ------- CHECK CRD PURCHASE 06/18 THE BAD WAITRESS COFFE MINNEAPOLIS MN 8 $17.64
06/18/07 ------- CHECK CRD PURCHASE 06/17 THE BAD WAITRESS COFFE MINNEAPOLIS MN $6.48
Met dat geld kun je vier kinderen sponseren. En dan is dit enkel als we met onze kaart betaalden.... En met een van die ontbijten kunnen ze in Afrika allicht ook een maandje overleven. Misschien is de les hier niet zozeer dat een kind sponseren goedkoop is maar dat we te veel geld spenderen in the Bad Waitress (ofte de "BW" -beedobbeljoe-, zoals we het nu noemen, wat me altijd een beetje doet denken aan het Beepeetje in Oostrozebeke). Point taken, als Kirisina dit zou weten zou ze allicht zeggen "Papa, jij spendeert meer per maand aan omeletten dan aan mijn opvoeding..." waarop ik zou zeggen "kindje toch, je moest eens weten wat ik spendeer aan alcohol ..." en haar schroomvol een zakje zilverpapier in de handjes zou stoppen.
Wel de zoektocht naar een hurwoonst in Chicago is over. Dit wordt onze nieuwe woonst voor
een jaartje. Het was wat wikken en wegen. Dit is een appartement met alles erop en eraan, groot genoeg
om op comfortable manier gasten te ontvangen (drie slaapkamers, twee badkamers), met wasmachine en droogkas, airco etc... voor de prijs waar je elders in Chicago hoogstens een twee bedroom met een gemeenschappelijke wasmachine voor krijgt. Maar dat heeft een reden, de buurt is een beetje op het randje. In het uiterste noorden van Chicago, ver van downtown (maar dicht bij mijn werk), is het een van de buurten die nog niet helemaal overspoeld is door yuppies en projectontwikkelaars. Het is in feite een van de meest diverse buurten van het land. Diversiteit niet in de zin dat de twintig Webdesigners in de plaatselijke Starbucks allemaal een ander haarkleur hebben, maar in de zin dat slechts 30% van de bevolking er blank is en een even groot aantal niet in de US geboren zijn. Op zich spreekt de buurt me wel aan, er is een goede mix van vernieuwing en traditie, er is best wel wat te doen, veel buuractiviteiten, dicht bij het meer, maar de keerkant van die medaille is dat er ook relatief veel criminaliteit is. Ik heb een paar blogs en messageboards gelezen, en de consensus lijkt te zijn dat over het algemeen de buurt sterk verbeterd is, maar dat er hier en daar toch nog problemen zijn met drug dealers, gangs en kleine criminaliteit. Nu ja, we zien wel. In Minneapolis woonde ik nog geen week in een van de trendy buurten toen we door een gewapende crimineel werden overvallen. Die dingen kun je niet voorspellen, en dat maakt deel uit van het wonen in de stad. Dit artikel geeft alvast de indruk dat Rogers Park op de goede weg is.
Tijdje geleden alweer. Een heel tijdje geleden. Ik heb me zitten afvragen waarom ik de laatste maanden niet meer geblogd heb. Ik heb tijd en er hebben zich de laatste tijd genoeg blogable events voorgedaan.: Een aantal grappige anekdotes waarin dronkenschap steevast een bijrol speelde, Heather die afstudeerde, ikzelf die met stille trom afscheid genomen heb van mijn deeltijdse jobs, het hervatten der marathontraining (gisteren echter door mijn knie gegaan tijdens het voetballen, ik vrees het ergste), en natuurlijk de op til staande verhuis naar Chicago en alle beslommeringen die daarbij komen kijken. En daarnaast is de bizarre Amerikaanse samenleving uiteraard een onuitputtelijke bron van materiaal voor de blogger op zoek naar inspiratie. Vanwaar dan die maandenlange leegte? Ik vind bloggen eigenlijk veel ontspannender als er voor de rest niet veel gebeurt in je leven. Mijn produktiefste blogperiode was niet toevallig toen ik vollop aan mijn eindverhandeling werkte en de wereld rondom mij stilstond. Of beter, ik stond stil, geisoleerd als ik was door dat megaproject dat me volkomen in beslag nam, terwijl de wereld aan mij voorbijtrok. Op de een of andere manier maakt dat het observeren ietwat makkelijker, je staat letterlijk aan de zijlijn, “kant”tekeningen te maken. Toen ik mijn verhandeling eindelijk af had werd ik gedwongen om zelf ook binnen de lijnen te komen en deel te nemen aan de dingen des levens. Werken, een job zoeken, gedwongen omgang met vreemden en andere onprettigheden die gepaard gaan met wat zelfverklaarde levensdeskundigen wel eens “het echte leven” plegen te noemen, je kent dat wel (of misschien niet, in dat geval ben je te benijden). Om de een of andere reden slorpen al die besognes veel van je aandacht op, terwijl ze op zich helemaal niet interessant zijn om over te bloggen. Anyhow, genoeg apologetisme, laat ons een blogje doen.
Vorige week was ik dus in Chicago, op zoek naar een huurwoning. De zoektocht naar een geschikte huurwoning in Chicago is een van die besognes die momenteel mijn aandacht opslorpt en daarom ga ik het er hier niet over hebben. Anyhow, tussen al het huizenbezoeken had ik plots een paar uur vrij. En wat doet een echte Vanacker als hij een paar uur vrij heeft in een vreemde stad? Inderdaad, hij stapt een afspanning binnen en bestelt er een natje en een droogje. Een van de dingen die me opvalt in Chicago is dat de mensen er veel directer zijn. Hier is men weliswaar zeer vriendelijk, maar gesprekken blijven vaak steken in oppervlakkige leegpraat. In Chicago gaat het er iets director aan toe, what you see is what you get zeg maar. Ik zit dus aan de toog, met een leffe van ‘t vat in de hand wat te keuvelen over Belgisch bier met de kerel naast mij die zowaar een Duvel aan het drinken was (hij had zelfs nog de brouwerij bezocht). Plots vraagt de kerel naast hem: “welk oog is het probleem bij jou?” “Waarover heeft hij het?” denk ik bij mezelf. Ik kijk hem aan, en merk op dat de man zo scheel kijkt als een otter. Zijn ene oog kijkt naar de vloer en het andere naar het plafond, bij wijze van spreken. En plots valt mijn frank, hij heeft in mij een collega scheelkijker herkend. Nu heeft heather wel eens plagerig opgemerkt dat ik, en sommige andere Vanackers, wat los kijken. En toegegeven, mijn ene oog gaat af en toe wel een beetje op de solotour, maar ik heb dat eigenlijk nooit echt als scheel kijken ervaren, hoogstens een subtiel onderstrepen van mijn onorthodoxe persoonlijkheid. Maar voor de man aan de andere kant waren we two of a kind. Eigenlijk wilde ik hem zeggen “Luister kerel, mijn ogen zijn misschien niet geheel parallel, maar die van jou lijken zich niet eens op hetzelfde continent te bevinden. Jij bent de Ronaldinho van het scheel kijken, ik de Jason Vandelanotte “ (die overigens ook scheel kijkt denk ik). Maar daarvoor heb ik natuurlijk het lef niet, en ik voelde ook wat medelijden met hem. Dus zei ik maar dat mijn linkse oog ook de schuldige was (gokje), natuurlijk lag dat oog bij hem aan de basis van alle ellende (terwijl het mijn indruk was dat beide oogballen redelijk los in zijn oogkassen hingen) wat ons verbond nog wat versterkte. “Ja, het is erfelijk,” vervolgde hij, “maar geen van mijn broers heeft het natuurlijk.” “Fuck ‘em” zei hij op een toon die enige verbittering verried. Ik voelde medelijden met hem, dus flapte ik er maar uit dat mijn broers ook gespaard waren gebleven van de vloek van het scheel kijken. “Well, fuck em too” zei hij, en hief zijn glas. Nu zat ik daar het glas te heffen op een “fuck you” aan het adres van mijn broers omdat ze niet scheel kijken (wat niet eens waar is, pamper kijkt ook wat los), enkel om flipperoog beter te doen voelen, eigenlijk een beetje ongepast. Hopelijk wordt het me vergeven.