Gisteren naar Old Boy wezen kijken, een Zuid Koreaanse film die naar ik vermoed eerder al in Belgische zalen te zien was, en die in Cannes uit handen van Quinten Tarantino de speciale prijs van de jury kreeg. Na al die Hollywood prut die ik de laatste tijd gezien heb eindelijk nog eens een film die je bij het nekvel grijpt, maar echt ontspannend genieten was het niet. Ik ben een beetje een mietje geworden als het op gortige scenes aankomt. Tandentrekkerij zonder verdoving als foltertechniek, afsnijden der tong, ik hoef het niet per se te zien. Desondanks toch een sterk staaltje cinema.
Gisteren op TV naar Imagine gekeken, een geslaagde documentaire uit 1988 over leven en werk van John Lennon. Het is helemaal geen hagiografie, maar toont de persoon Lennon in al zijn gebreken, soms opvliegend, trots, bitter, kwetsend, koppig en belerend, maar ondanks alles denk je na afloop toch "what a great guy." Bij het zien van sommige van zijn cheesy hippy projects die hij met Yoko ondernam was het wel tenenkrullen geblazen, en zijn venijnige uithaal naar Paul McCartney in How do you sleep at night? toonde hem ook van zijn kleinste kant, maar al bij al komt hij toch over als one heck of a guy. Op het einde tonen ze beelden van de immens verdrietige fans, jong en oud, blank en zwart, die zich na het nieuws van zijn overlijden buiten zijn appartement verzameld hadden. Het had iets echts en puurs, niet zoals heden ten dage, waar zulke publieke rouwgelegenheden (Diana, Boudewijn,...) veelal opgeklopte media spekakels zijn waar iedereen probeert deel van uit te maken.
Ik moest denken aan een documentaire die ooit uitgezonden werd over Johan Cruyff waarin een Nederlands socioloog met de welluidende naam Bastiaan Bommelje, de sociologische impact van de verloren WK finale van 1974 probeerde in te schatten. Volgens hem markeerde de overwinning van het cynische Duitse team over het frivole totaalvoetbal van oranje het definitieve einde van de jaren 60 idealen en het geloof in de "maakbare samenleving," maar
voor de niet-voetballiefhebber was die Decemberdag in 1980 pas het echte einde van de sixties.
Deze week is Spring break, krokusvakantie zeg maar. Studenten gebruiken deze week om tegen een prikje in Mexico te gaan genieten van het warme weer en de lossere drankwetten. Aangezien ik al lang de eenentwintig (de minimum leeftijd voor alcoholconsumptie) gepasseerd ben hoeft een vlucht naar mexico niet direct voor mij. Samen met Heather en een stel vrienden gaan we Up North, naar de North Shore van Lake Superior waar we voor een paar dagen een cabinhebben gehuurd. Als het weer een beetje meevalt gaan we misschien ook een dagje de latten op. Minnesota is nu niet echt een skiparadijs, maar in Lutsen valt het wel nog mee.
Als je hier een lange roadtrip onderneemt kom je gegarandeerd vreemde bezienswaardigheden tegen. Een paar jaar terug zag ik ergens in Wisconsin
de grootste M ter wereld tegen een heuvelflank geplakt, en als je het ongeluk hebt dat je door South Dakota moet rijden dan brengt het corn palace onderweg ten minst een welgekomen onderbreking.
Tijdens die mooie zomerzondag zijn we ook nog naar de zoo geweest, Heather heeft veel kiekjes geschoten, en deed haar beklag dat ze niet op de blog terecht gekomen waren. Zo'n gorilla in gevangenschap zien leven doet toch een beetje raar aan, hoewel ze in de zomer buiten gelaten worden op hun gorilla eiland . Een paar jaar terug zag ik een documentaire over Koko, een gorilla die gebarentaal kan, en daaruit bleek dat gorilla's eigenlijk best wel in staat zijn tot complexe emoties en gevoelens. Van de ijsbeer word je ook al niet vrolijk. Indrukwekkend beest, dat wel, maar het vertoonde repititief gedrag: achterover in het water springen, eenmaal bovenkomen om adem te halen, omdraaien en afzetten tegen de wand, uit het water oprijzen, en terug opnieuw. Volgens Heather is zo'n herhalingsgedrag typisch voor beesten die gek worden, volgens Camus geldt dat voor de moderne mens ook. Verder waren er ook nog leeuwen en tijgers, en lege kooien met grappige bordjes.
Heather deed ook haar beklag dat ze amper zichtbaar was op de foto. Voor al haar fans: hier een grotere file. Mijn fans komen hier aan hun trekken.
Afgelopen zondag was een van de eerste dagen met een lentezonnetje. De afgelopen winter was dan wel uitzonderlijk mild, dat eerste warm weer is toch altijd een verademing (het is ondertussen wel weer aan het vriezen) en dus was iedereen out and about voor een wandelingetje rond het nog steeds dichtgevroren Lake Calhoun.
Als je ooit eens vijf minuten tijd en een snelle Internet verbinding hebt, loont het de moeite om eens naar deze filmpjes te kijken. Vooral het eerst filmpje met John Stewart heeft hier destijds nogal wat losgemaakt. Stewart is een TV figuur die op Comedy Central een soort van satirische nep nieuws show, The Daily Show heeft, die enorm aanslaat bij het jongere publiek, vooral twintigers and jonge dertigers. Stewart doet me soms een beetje denken een Uyterhoeven, hij is slim, begrijpt het medium televisie als geen ander en neemt niets of niemand echt serieus, zichzelf nog het minst van al. In de aanloop van de verkiezingen kreeg Stewart nogal wat aandacht omdat hij het publiek bereikte
dat de zogenaamde traditionele massa media niet konden bereiken, de twintigers en dertigers dus, en daarom werd hij in nogal wat traditionele media opgevoerd en aan het woord gebracht. Toen bleek dat de kijkers van zijn show geen apatische stoners zijn zoals de ergerlijke Bill O'reilly, TV news shows' number one big mouth beweerde, maar integendeel zeer goed op de hoogte zijn van de politieke actualiteit, was John Stewart opeens "hot." Hij werd een onderwerp van verhit media debat en een graag geziene gesprekspartner van de main stream media die zichtbaar jaloers waren op zijn vermogen om het jongere -en voor adverteerders interessante- publiek aan te trekken. Eén van die shows was het inmiddels ter ziele gegane cross fire, een debat show zoals er zovele zijn op de televisie hier: je zet twee gesprekspartners met tegengestelde opinies tegen elkaar op, laat ze een paar ronden van een verbale boksmatch uitvechten, en schakelt daarna meteen door naar het volgende segment. Amerikaanse journalistiek is doordrongen van de gedachte dat het publiek uiteindelijk best gediend is als de twee kanten ten allen tijde aan het woord gelaten worden. Maar wat als één kant liegt, of er grandioos naast zit? Moeten die dan nog gelijk aan het woord gelaten worden? De waarheid ligt niet altijd in het midden, maar het is wel beter voor de kijkcijfers en minder tjidrovend om gewoon een voor- en tegenstander aan het woord te laten, dan effectief na te gaan wie het bij het rechte eind heeft.
Als er ergens een discussie is over het feit of de evolutietheorie al dan niet moet onderwezen worden in scholen, is de waarheid dan het best gediend als beide kanten -rationele academici v. religieuze fanatici- gelijk aan het woord gelaten worden, of mogen we hier wat meer analyse en diepgang verwachten? Dit is wel een beetje zwart-wit, in de schrijvende pers vind je dat diepgravende heus wel terug, maar vooral op belangrijkste televisie talkshows domineert het verbale gevecht over de nuchtere analyse de strijd om de kijkcijfers.
John Stewart had het daar al eerder over gehad in zijn show en in interviews, hij vindt dat de taak van de media zich niet mag beperken tot het voorzien in een arena voor ideologisch gekissebis, maar dat het Amerikaanse publiek beter verdient. Mischien zouden in dat geval de heersende publieke opinies over de oorlog in Irak en de werkelijkheid niet zo ver uiteen liggen.
Toen hij daadwerkelijk voor één van die shows werd uitgenodigd, ging hij tot grote verbazing van de gastheren niet de vrolijke jan uithangen, maar nam de gelegenheid te baat om eens goed zijn gedacht te zeggen. Het gaat er nogal hard aan toe en is nogal oncomfortabel om aan te zien, maar ik heb dit segment vorig semester in mijn klas getoond, en het verdict was unaniem. He was dead-on right.
In de clip met Triumph The Insult Comic Dog (Poop Walhala) wordt ook op een hilarische manier de draak gestoken met de routines die de politieke verslaggeving in de V.S. beheersen.
Kijk ook een naar de Nextel dance party reclame, hilarish.
(Soms bevriest het beeld wel eens bij het bekijken, beweeg dan het pijltje onderaan aan het scherm een fractie naar links of rechts)
Gisteren met Petter en Heather naar Meet the Fockers gaan kijken, (sequel op meet the parents.) Een beetje een platte komedie over twee families die elkaar voor het eerst ontmoeten naar aanleiding van het aanstaande huwelijk van hun kinderen. Veel kak en pis humor, maar ik heb me toch een breuk gelachen. 't is eens wat anders dan al die pretentieuze drama's die hengelen naar een oscar nominatie die nu spelen in de bioscopen. Nadien nog een pintje gepakt in Applebees. De bioscoop is downtown en bevindt zich in een entertainment comples vol met restaurants, clubs, winkels etc, en op vrjdagavond is er daar altijd een drukte van jewelste, vooral als het zo koud is. Vooral African Americans komen dan downtown en dan gaat het er nogal kleurrijk aan toe. We zaten iets te drinken op een soort van afgebakend terasje en hadden zo een goede kijk op het spektakel dat zich voor ons afspeelde, beter dan de film. Knotsgeke outfits, veel geroep, geflirt, getier en gelach, ("look at that skanky-ass ho and pimp daddy'") het is toch een heel andere cultuur dan die van de stille witte Minnesotan met Noorse roots. Heather vond het natuurlijk prachtig en wil volgende week terug gaan, maar dan zonder eerst naar een film te gaan, veel meer te zien daar dan in de bios.
A new cultural icon is born. Een paar weken terug nam een LA Times fotograaf een kiekje van een Amerikaans soldaat die even een pauze nam van de schiettent in Fallujah. De foto raakte blijkbaar een zenuw en haalde de voorpagina van meer dan 100 kranten en werd ook onder andere op CBS nieuws getoond. Met de sigaret nonchalant tussen lippen geklemd refereert die foto uiteraard naar de Marlboro Man, James Dean en Humphrey Bogart, wat wellicht ten dele verklaart hoe de soldaat meteen tot cultureel icoon werd verheven. Hoewel, sommige kranten kregen nogal wat boze lezersbrieven voor het publiceren van die foto omdat ze het aangedurfd hadden een roker op de voorpagina te zetten. Wat moesten de kindekens die naar soldaten opkijken daar niet van denken? Na de vechtende basketballers vallen nu ook de rokende soldaten door de mand als rolmodel. Straks moet de jeugd van Amerika het nog stellen met de eigen ouders als stichtende voorbeelden. Als dat maar goed gaat. Het is natuurlijk ook wel een beetje bedenkelijk dat het publieke debat ivm Amerikaanse aanwezigheid in Irak zich vooral toespitst op de rookgewoontes van "onze jongens." Een ironie die een columnist van The Guardian niet ontging. En de soldaat? die rookte voort.
Gisteren een hele dag door gegeten en TV gekeken bij Heathers vader ter ere van Thanksgiving. Dat staat daar wel vaker op het programma , maar nu moesten we er zelfs geen schuldgevoel bij hebben, that's what Thanksgiving is all about.
Later op de avond nog samen met Heather een filmpje gepikt. We waren van plan om naar Alexander (naar Alexander de Grote) te gaan kijken, maar na de vernietigende kritieken toch maar een andere keuze gemaakt: Sideways . Niet zo goed als we gehoopt hadden, maar toch best leuk. Paul Giametti, (wiens ster als karakteracteur aan het rijzen is), speelt een depressieve wanna-be schrijver en amateur oenoloog die samen met zijn playboy vriend en B-acteur op wijnvakantie gaat in California om de remmen nog eens los te gooien voor zijn vriend in het huwelijksbootje stapt. Dit had echt een goede film kunnen worden, maar jammer genoeg rijdt de film zich vast in voorspelbare verhaallijnen en worden personages al vlug karikaturen. Dit gebeurt vaak bij Amerikaanse independent movies. Als er een film gemaakt wordt die een beetje van het geijkte pad afwijkt nemen de regiseurs het publiek bij de hand en leggen er alles vingerdik op. Subtiele suggesties zijn vaak ver te zoeken. Iedereen liep hier vorig jaar bijvoorbeeld erg hoog op met Mystic River,Lost in Translation and , 21 grams films over zogezegde authentieke emoties die er zo vingerdik opgelegd worden dat er nog maar weinig authentieks aan is. Wat mij betreft vooral tenenkrullen geblazen.
Gisteren naar Supersize Me gekeken op DVD, een documentaire een beetje in de vlotte stijl van Michael Moore, waarin de maker de voedings- en fast food industrie op de korrel neemt. Net zoals met de tabaksindustrie destijds worden hier en daar fast food ketens voor de rechter gesleurd -vooralsnog zonder success- door klanten die na jarenlang trouw MacDonaldsbezoek hun gezondheidsproblemen willen afschuiven op de fast food ketens. Omdat de rechter oordeelde dat het oorzakelijk verband tussen MacDonalds eten en gezondheidsproblemen niet onomstotelijk vast staat, werd de klacht uiteindelijk ongegrond verklaard. Voor de maker van de documentaire de aanzet om de proef op de som te nemen: hij at een hele maand niets anders dan MacDonalds, voor breakfast, lunch, and dinner. Surprise, surprise, op het einde was hij er redelijk slecht aan toe: lever was verworden tot een klomp vet, cholesterol door het dak, voelde zich depressief, was 25 pond (12-15 kg) aangekomen, bloed dik als stroop vol met schadelijke stoffen, etc. etc. Na zo’n drie weken raadden zijn dokters hem met aandrang, doch tevergeefs, aan zijn experiment stop te zetten.
Veel nieuws kom je voor het overige niet te weten: zwaarlijvigheid wordt een steeds groter probleem in the V.S., fast food is ongezond, de voedingsindustrie is meer bekommerd om het financiële welzijn van de aandeelhouders dan om de volksgezondheid, handige reclamejongens brainwashen ons van jongsaf aan om suikerwater bij de sloten te drinken en ons vol te proppen met chicken nuggets en ander mystery meat, etc. Tell me something I don’t know. Verder passeerden er nog een paar fijne examplaren de revu: eentje -die er eigenlijk helemaal niet zo slecht uitzag- die jaarlijks zo’n 700 Big Macs verorberde en een andere die er samen met zijn vrouw iedere twee weken zo’n 50 2-liter flessen cola doorjaagde, wat uiteindelijk tijdelijke blindheid veroorzaakt had.
De DVD was nog warm toen ik op TV iets zag over de nieuwe hamburger die zopas werd geintroduceerd door Hardee's, (zeer matige fast food keten): The Monster ThickBurger, 107 grams of fat, 1400 calories. Op het plaatselijke nieuws was er zelfs een special over, niet over het feit dat de Monster Burger een nagel in je doodskist kan zijn maar omdat een Minnesota Vikings speler, David Dixon, aan wie de geneugten van een stgevige vleesmaaltijd wellicht niet vreemd zijn, voor een goed doel Monster Burgers verkocht in een lokale Hardee’s. Allen daarheen!!! Tot zover de rol van de kritische media….
Aan de andere kant moet ik wel toegeven dat ik best wel eens een Monster Burgertje zou willen verorberen, ziet er eigenlijk helemaal niet zo slecht uit, en ik heb nog geen middag eten gehad….
Ritje gaan doen in Theodore Wirth Park gisterenmiddag. Veel , twisting and turning ze (ecomaffia) hebben niet graag dat er te veel vaart wordt gemaakt, erosie en zo. Maar wel leuk, want ik was er helemaal in mijn ukkie (wat doet iedereen toch op een maandagvoormiddag?), afgezien dan van een baby hertje dat ik wel vijf maal tegengekomen ben, en dat me tot zo'n meter of vijf liet naderen. Nu zijn herten hier heus niet zo zeldzaam, de meeste Minnesotans hebben er ooit wel eentje overhoop gereden, en doordat er niet genoeg wolven meer over zijn, hebben ze ook geen natuurlijke vijanden meer. Gevolg: overpopulation. bambi must die
Een fijne band houdt ermee op. Gisteren samen met Petter in de Fine Line naar een luna concert geweest. Perfecte Zondagavondmuziek. Luna speelt, zogenaamde dream pop, melancholische pop songs met kleine weerhaakjes, of zoals Heather het pleegt te noemen: sad bastard music. Na dertien jaar en een karrevracht albuns houdt Luna ermee op, als je na zoveel jaren nog steeds slechts voor een paar honderd man speelt, terwijl je van recensenten niets dan lof krijgt, dan houdt het ooit wel eens op. Het werd in ieder geval een afscheid in stijl. They will be missed.
Net terug van een Pixies concert. Nadat ze hier bijna zeven maand hun reunie tournee begonnen deden Frank Black and co opnieuw de Twin Cities aan, Saint Paul deze keer. Op hun eerste doorkomst speelden ze in the Fine Line voor zo'n 800 man, nu voor zo'n drie a vier duizend in het Roy Wilkens auditorium in Saint Paul, dat nog het best te vergelijken valt met een vliegtuigloods. Erbarmelijke acoustiek, ongezellig en 4.75$ voor een Miller waterbiertje. Afzetterij. Het was dus duidelijk in een minder intimistische sfeer, maar ze leken na zeven maand touren wel veel meer op hun gemak, en leken er nog altijd veel zin in te hebben. Grumpy Frank Black ginnegapte er zelfs af en toe op los. En hun songs staan er gewoon, zelfde set min of meer als in April en als in Werchter (wel iets langer), bijna alles van Doolittle en Surfer Rosa, een Neil Young cover (winterlong) en bitter weinig van hun laatste albums (velouria). Where is my mind, gauge away, en slow-mo versie van Wave of mutilation bleven bij. Nadien nog naar Sally's Bar and Grill geweest, 1$ pints tussen 11 pm and midnight!!!
Ik zit nog wat na te luisteren naar radio 1 of radio sporza or whatever it is called, na de voetbal, en The Smiths worden zowaar gedraaid, en dan nog een niet voor de hand liggende keuze: Heaven knows I'm miserable now ("what she asked of me, at the end of the day, Calligula would have have blushed"), er moet ergens een fan zitten op de VRT redactie. Talking about the mighty quiff, Heather en ik zijn een paar weken terug naar Chicago gereden (6 uur heen, 8 uur terug) om Morrissey aldaar aan het werk te zien, en hij was in fine form en speelde zelfs een paar Smiths klassiekers. How Soon is Now (als opener), Rubber Ring, Last Night I dreamt that Somebody Loved Me, There is a Light that Never Goes Out and Bigmouth Strikes Again. Merkwaardig genoeg waren de hoogtepunten, voor mij althans, een paar nummers van zijn nieuwe album: First of the Gang to Die (een van zijn beste popsong sinds Suedehead), I have forgiven Jesus, and Let me kiss you, die hij met veel meer overtuiging bracht dan de Smiths songs die meer crowd pleasers en een trip down nostalgia lane waren, waarbij Johnny Marr toch werd gemist. Maar al bij al dik de moeite, hij speelt de rol van misbegrepen overgevoelig genie nog altijd overtuigend (email van een vriend toen die vernam dat ik naar het optreden ging: "Tell morrissey that everything will be all right, he can stop being sad now") en hij is eigenlijk ook een veel beter zanger geworden.
Anyhow, als ik ooit tijd heb post il wel eens een vollediger verslag, maar voor Heather is het alvast een eyeopener geweest; ze is gisteren naar Tears for Fears gaan kijken met een neurotische law school collega en wist alvast te zeggen dat dat optreden verbleekte in vergelijking met dat van mozzer. Goed zo, proficiat en een bank vooruit, nu nog die Styx en Celine Dion CDs (die ze ondanks mijn uitdrukkelijk verbod steeds in mijn exquise CD collectie plaatst) verbranden en het komt misschien toch nog goed.
Gisteren met Heather en Noorse vriend Petter (Rosenborg supporter en vurig hopend dat Trond Sollied terug naar Noorwegen gaat) een filmpje gepikt:
I heart huckabees What a riot! Voor het eerst sinds American splendor nog eens totaal voldaan de bioscoop buitengestapt. I heart huckabees is -hou je vast- een filosofische komedie over een milieuactivist, Albert, die op de diensten van een soort van detectivebureau beroep doet om een reeks toevalligheden in zijn leven (hij is in korte tijd drie keer tegen een twee meter lange Soudanees opgelopen) te verklaren. De detectives zijn meer filosofosche rescue squad en beginnen de existentiele crisis in zijn leven bloot te leggen en doen hem inzien dat alles in het universum met elkaar in verbinding staat:
"Say this blanket represents all the matter and energy in the universe, okay? This is me, this is you, And over here, this is the Eiffel Tower, right, it's Paris!"
Anyhow, alles gaat niet zoals verhoopt, hij wordt uit zijn eigen mileuorganisatie gezet, en hij rukt zich los van zijn detectivepaar en gooit zich in de armen ven een Franse nihiliste volgens wie we er allemaal alleen voor staan, we niet allemaal op een dieper nivo met elkaar verbonden zijn, en enkel pijn, eenzaamheid en lijden de zekerheden des levens zijn. Ziehier enkele quotes, bijlange niet de beste.
Ok, klinkt allemaal een beetje zwaar op de hand en intellectueel, maar dat is het niet. Ik verwachtte dat na een half uur de film zou verwateren in absurdistisch gewauwel dat alleen in theorie grappig is, maar the film blijft wonderwel on track en de humor blijft lekker fris en er wordt op een originele manier de draak gestoken met filosofische woordenkakkerij.
Op een gegeven moment slaan Albert en zijn buddy Tommy (een brandweerman die petroleum als the root of all evil ziet en weigert in de brandweer auto paats te nemen en per fiets branden gaat bestrijden) elkaar beurtelings met een bounce ball (zo'n springbal waar kleine kinderen op plegen rond te huppelen) in de snufferd, omdat ze vlak nadat ze zo'n klap krijgen aan absoluut niets denken, en "in a higher state of being" verkeren:
Tommy Corn : [After being hit in the face with a rubber ball] Awesome! Can we do the ball thing everyday?
Caterine Vauban : Don't call it the ball thing. Call it pure being.
Tommy Corn : Okay... so can we do the pure being ball thing everyday?
Ik weet niet of die film in Belgie uit is of zal worden uigebracht, maar go check it out....